AKVSZ-Nieuwsbrief juli / augustus 2005
MEDEDELING AK-VSZ
Het AK-VSZ organiseerde op zaterdag 21 mei een druk bijgewoonde academische zitting in "De Schelp" van het Vlaams Parlement.
Het nieuwste boek van het AKVSZ "Waar Maas & centen vloeien - geldstromen binnen de Sociale Zekerheid" werd daar officieel voorgesteld. Een 1000-tal boeken zijn intussen de deur uit. Bestellen kan nog steeds door betaling van 5 euro op rekeningnummer 436-6268041-57 van het AK-VSZ, Hoogstratenplein 1, 2800 Mechelen. Voor meer informatie hierover kan u terecht op het secretariaat van het AK-VSZ, tel 015-289094 of akvsz@vnz.be.
STANDPUNTEN AK-VSZ
VRIJE TRIBUNE AK-VSZ: WAALS-VLAAMSE GELDTRANSFERS? Een reactie van het Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid (AK-VSZ) op het opiniestuk van de drie Waalse professoren in Gazet van Antwerpen van 13 juni 2005
Op het ogenblik dat het Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid (AK-VSZ) zijn nieuwe brochure voorstelde in de Schelp van het Vlaamse parlement (21 mei), legden drie Waalse economen op een congres de zwakte van de Waalse economie bloot.
Meer nog: zij stelden dat de geldstromen uit Vlaanderen alleen hun nut hebben voor de maatschappelijke samenhang van dit land, maar dat ze een energiek antwoord op de zware problemen van de Waalse economie bemoeilijken.
In een opiniestuk in De Standaard van donderdag 26 mei laatstleden hebben de drie hoogleraren hun stelling reeds afgezwakt. Waarom?
Sinds 10 jaar reeds analyseert onze denktank met aandacht alle publicaties, die over de Sociale Zekerheid in België, en al wat daarmee verband houdt, verschijnen.
In het opinieartikel van de 3 Waalse professoren vinden we onjuistheden, die wij wensen recht te zetten.
Zo beweren zij, dat de transfers vrij beperkt blijven in vergelijking met andere Europese staten. Zij schrijven: "In België vertegenwoordigen de transfers tussen Frankrijk en Wallonië 'maar enkele procenten' van het Waalse bruto binnenlands product ( bbp.)" Bedoelen ze niet eerder: "De transfers tussen Vlaanderen en Wallonië bedragen maar enkele procenten van het Vlaamse bbp? Of van het Waalse bbp?"
Hoe dan ook: De ABAFIM-studie, gemaakt in opdracht van de Vlaamse regering, spreekt over transfers van 4,2 % van het regionaal primair inkomen van Vlaanderen, goed voor 8 % van het regionaal primair inkomen van Wallonië (en voor 4,3 % van dat van Brussel).
Indien we rekening houden met de intrestlasten op de staatsschuld bedraagt deze Vlaamse transfer zelfs 6,5 % van zijn regionaal primair inkomen. Vlaanderen transfereert per hoofd meer naar Wallonië dan wat bijvoorbeeld West-Duitsland transfereert (volgens Klaus Schroeder, docent aan de Freie Universtät Berlin, jaarlijks 4% van het West-Duits bbp) naar Oost-Duitsland. Zo miniem zijn die bedragen niet, zoals ons voorgespiegeld wordt door de Waalse economen!
Overigens: hun stelling, dat tot in het midden van de jaren 60 de interregionale transfers van zuid naar noord gingen, is in tegenspraak met het licentiaatseindwerk van Gerd Dottermans ( K.U.Leuven 1997): 'Financiële stromen tussen de gewesten in België 1955-1975'.
Op pagina 113 schrijft hij: "Volgens dit principe leverde Brussel over de gehele periode een belangrijke solidaire inspanning. Wallonië was nooit solidair met de andere gewesten in de beschouwde periode..... Vóór 1963 genoot Vlaanderen van de solidariteit van Brussel. Nadien werd het zelf in toenemende mate solidair met Wallonië".
De periode na 1975 werd reeds eerder bestudeerd door Prof. Paul Van Rompuy en zijn Leuvense collega's; de draad werd later terug opgenomen door de studiedienst van de KBC en recent door ABAFIM, zodat tussen 1975 en 2003 toenemende getransfereerde bedragen van Vlaanderen naar Wallonië, en minstens sinds 1990 eveneens transfers naar Brussel, werden aangetoond.
Waren er dan geen geldtransfers van zuid naar noord in de periode van 'arm Vlaanderen'? Prof. Juul Hannes ( VUB en RUG ) schreef in zijn artikel 'Met de fiscale bril bekeken. Vlaanderen in België, 1830 ? 1914' (1995): "We kennen de inbreng van iedere regio in de totale opbrengst van drie directe belastingen ( grond- en personele belasting en patentrecht ) in de periode 1831-1912.... De bedragen kunnen in verband gebracht worden met de demografische gewichten van de regio's en dan blijkt een Vlaming gemiddeld 5,3 % meer te hebben betaald dan een inwoner van Wallonië." Dus ook in die periode geen transfers van zuid naar noord.
In onze brochure, die overigens door elke geïnteresseerde besteld kan worden via het secretariaat van het AK-VSZ, Hoogstratenplein 1, 2800 Mechelen aan de prijs van 5 €, wordt de ganse problematiek van de geldstromen tussen de regio's besproken en een lans gebroken voor overheveling van de totale sociale zekerheid naar beide gemeenschappen.
Tot slot wensen wij nogmaals te benadrukken dat wij, zolang België bestaat, bereid zijn tot een onderhandelde, doorzichtige en meer beperkte financiële solidariteit met Wallonië, op voorwaarde dat Wallonië de federale loyaliteit, onder meer inzake de taalwetten in Brussel en inzake het territorialiteitsbeginsel in de Vlaamse rand en elders in Vlaanderen, strikt eerbiedigt.
Nooit hebben wij een genegotieerd hulpplan afgewezen. Wij zullen dat overigens nooit doen. Wij blijven voorstander van het principe van de interpersoonlijke solidariteit met de sociaal-economische zwakken en van de inter (deel) statelijke financiële solidariteit.
Dr. Gui Celen Voorzitter AK-VSZ
Prof. Dr. Eric Ponette beheerder AK-VSZ
UIT HET VLAAMS EN SOCIAAL KRANTENARCHIEF
Een Marshallplan voor Wallonië (De tijd - Stefaan HUYSENTRUYT)
Om Wallonië economisch uit de put te krijgen, moet er een Marshallplan voor Wallonië komen, vindt PS-voorzitter Elio Di Rupo. Dan valt wel te hopen dat het om een voor de Walen beter plan gaat dan het oorspronkelijke Marshallplan. Want toen dat plan midden 1952 afliep was de Waalse economie er relatief slechter aan toe dan bij de start in 1947.
In 1947 was Europa in een economisch dieptepunt beland en dreigde er zelfs hongersnood. Om die dreiging af te wenden en om het oprukkende communisme een halt toe te roepen, lanceerde Washington het Marshallplan, genoemd naar de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken George Marshall. In totaal stelden de Amerikanen, gespreid over enkele jaren, 17 miljard dollar ter beschikking. Dat gebeurde onder de vorm van leningen, schenkingen en wat nu 'gebonden' hulp heet, steun op voorwaarde dat er Amerikaanse producten mee gekocht werden. Met het Marshallplan kwamen ook de coca-cola, de kauwgum en de koelkast naar Europa.
De 17 miljard dollar Marshallhulp stemt overeen met 7,5 procent van het toenmalige bruto nationaal product van de VS, een inspanning die gespreid werd over een vijftal jaren. Ter vergelijking: de transfers van Vlaanderen naar Wallonië zijn goed voor zo'n 4 procent van het Vlaams primair inkomen, een inspanning die elk jaar opnieuw herhaald wordt.
Als Di Rupo het over een Marshallplan voor Wallonië heeft, moet hij het eigenlijk over een nieuw Marshallplan voor Wallonië hebben. Want het deel van de Amerikaanse Marshallgelden dat na de Tweede Wereldoorlog aan België werd toegewezen, vloeide bijna integraal naar Wallonië. Uit onderzoek van Erik Buyst, hoogleraar economische geschiedenis aan de KULeuven, blijkt dat de Waalse steenkoolmijnen het gros kregen van het voor België bestemde Marshallgeld. Vlaanderen, misschien met uitzondering van een heel klein beetje voor de haven van Antwerpen, viste volledig achter het net. Voor een deel kwam dat omdat Vlaanderen in 1947 geen kapitaalgoederenindustrie had. Het was een in hoofdzaak agrarische regio met wat textielnijverheid. Maar dat waren sectoren die niet onmiddellijk op Marshallsteun konden rekenen.
Spaarpot
Beter is Wallonië van de Amerikaanse steun nochtans niet geworden. Om te beginnen kreeg ons land al relatief weinig Marshallhulp. Ons land voelde zich zo rijk dat het weinig of geen moeite deed om meer steun in de wacht te slepen. In vergelijking met onze buurlanden was het Belgische productieapparaat relatief ongeschonden uit de tweede grote wereldbrand gekomen. Onze economie zat bij de start van het plan, in 1947, al opnieuw op het vooroorlogse peil. De haven van Antwerpen en de spoorwegen draaiden in opdracht van de geallieerden op volle toeren, terwijl alle andere belangrijke West-Europese havens en belangrijke spoorknooppunten verwoest waren.
Bovendien beschikte ons land over een goed gevuld spaarpotje dat tijdens de oorlog was bijeengespaard met de verkoop van uranium uit Congo aan de VS. We hadden in de naoorlogse periode dus weinig last van de dollarschaarste, die elders in Europa zo nijpend was. Ook de goudvoorraad van de Nationale Bank was vrijwel ongeschonden uit de Tweede Wereldoorlog gekomen.
Toch was de voorsprong die de Belgische economie in 1947 nog ten opzichte van onze buurlanden had tegen het einde van het Marshallplan in 1952 al omgeslagen in een achterstand. De oorzaak hiervoor is niet te vinden in de relatief beperkte Amerikaanse steun die ons land ontving, wel in een verkeerde aanwending ervan. De Marshallsteun verdween voor een groot deel in de Waalse mijnen, terwijl de hulp efficiënter aangewend had kunnen worden in de jongere en steenkoolrijkere Limburgse mijnen. Bovendien werden de dollars die in Antwerpen werden verdiend niet geïnvesteerd in de vernieuwing van productiegoederen maar besteed aan consumptiegoederen, zoals Amerikaanse auto's en citrusvruchten. Terwijl onze buurlanden met Marshallgelden hun productieapparaat vernieuwden, bleven we met ons vooroorlogse machinepark voort boeren. Nochtans deden de Amerikanen wel degelijk pogingen om de Belgische productiviteit op te krikken. Aanvankelijk werden zelfs productiviteitsmissies georganiseerd. Arbeiders, werkgevers en vakbonden werden door de 'Belgische Dienst Opvoering Productiviteit' naar de VS gestuurd om er Amerikaanse bedrijven te bezoeken. De Amerikanen drongen erop aan dat de werkgevers de rol van de vakbonden zouden erkennen. In ruil moesten de vakbonden de noodzaak erkennen de productiviteit te verhogen. Dat laatste was dan weer een noodzakelijke voorwaarde om de massaconsumptie, zeg maar the American way of life, ingang te doen vinden. Maar volgens historici was het effect van de Amerikaanse productiviteitscampagne beperkt.
Groen! wil gezondheidsbeleid toch splitsen (DS - 25/06/05 - wov)
BRUSSEL - De oppositiepartij Groen! wil dat federale regering meer voor de gezondheidszorg doet dan alleen maar besparen. De partij heeft voorstellen en pleit nu ook, als laatste, voor de splitsing of defederalisering van het gezondheidsbeleid.
,,Om fundamentele stappen vooruit te doen, moet de organisatie van de gezondheidszorg deelstaatmaterie worden.'' De gemeenschappen hoeven niet zelf voor het geld te zorgen; dat moet blijven komen van de federale schatkist; dat federale geld moet verdeeld worden op basis van het inwonersaantal en sociale criteria die de behoeften per deelstaat weergeven. ,,Maar de Franstaligen zullen zelf moeten uitmaken hoe ze hun uitgaven zullen verminderen'', zegt Groen!-voorzitter Vera Dua. Dat is een opmerkelijke koerswijzing: tot voor kort was Groen! de enige Vlaamse partij die niet voor defederalisering was. Daarnaast heeft Groen! kritiek op het huidig gezondheidsbeleid van de regering. ,,Ze is te veel bezig met besparen, zonder op lange termijn te denken'', zegt beleidsmedewerkster Els Keytsman. Groen! wil vooral dat ,,de patiënt meer zeggenschap krijgt. Nu legt men de druk bij de patiënt. Die moet plots goedkopere geneesmiddelen vragen aan zijn huisarts, zonder dat daar iets tegenover staat. Wij willen dat de overheid representatieve patiëntenorganisaties erkent én subsidieert'', zegt Keytsman. ,,De ziekenfondsen vertegenwoordigen ook wel de patiënten, maar ze nemen hun rol soms niet op en ze leunen te dicht aan bij de farmasector'', zegt Dua. De groenen willen een tegenwicht tegen de farmaceutische industrie, ,,die dagelijks met 3.000 à 4.000 commerciële vertegenwoordigers de artsen bestookt met reclame voor medicijnen''. Ze stellen voor om een heffing op het publiciteitsbudget van de farmaceutische sector in te voeren, waarmee onafhankelijke artsenbezoekers betaald worden. Minister van Volksgezondheid Rudy Demotte (PS) belooft dat al een tijd. Verder willen de groenen de taak en middelen van de huisarts uitbreiden, ,,want die klagen terecht over hun onderwaardering'', zegt Groen! De partij pleit ervoor om artsen met een ,,gezond'' voorschrijfgedrag te belonen met een forfaitaire bonus in plaats van de anderen te bestraffen. Artsen moeten ook iets anders dan pillen kunnen voorschrijven, bijvoorbeeld lichaamsbeweging. Die moet ook terugbetaald kunnen worden. Nieuw-Zeeland kent al langer dat soort ,,groene voorschriften''. Verder wil de partij dat de huisarts hét aanspreekpunt van de patiënt wordt: een specialist raadplegen moet goedkoper zijn als dat gebeurt op verwijzing van de huisarts. De partij wil groepspraktijken en wijkgezondheidscentra aanmoedigen. In het Vlaams Parlement houdt de partij vandaag een rondetafelgesprek over haar voorstellen.